- can
- n. doosje; blikje; gevangenis--------v. bewaren--------v. kunnencan1[ kæn] 〈zelfstandig naamwoord〉1 houder 〈gewoonlijk van metaal, met handvat〉 ⇒ kroes; kan; kruik; weckpot/fles2 〈voornamelijk Amerikaans-Engels〉blik ⇒ conservenblikje; filmblik3 〈Amerikaans-Engels; slang〉plee4 〈slang〉bak ⇒ bajes, lik5 〈Amerikaans-Engels; slang〉kont♦voorbeelden:2 can of beer • blikje bierin the can • klaar voor vertoning 〈van film〉¶ 〈Amerikaans-Engels; slang〉 can of worms • een moeilijke/ingewikkelde kwestie〈Brits-Engels; informeel〉 carry/take the can (back) • ergens voor opdraaien————————can2[ kæn] 〈werkwoord; canned〉1 inblikken ⇒ conserveren, inmaken2 〈Amerikaans-Engels; slang〉op straat zetten ⇒ eruit gooien♦voorbeelden:¶ 〈Amerikaans-Engels; slang〉 can it! • hou op!————————can3[ kən, 〈sterk〉 kæn] 〈werkwoord; verleden tijd could〉1 kunnen ⇒ in staat zijn te2 kunnen ⇒ zou kunnen3 mogen ⇒ kunnen, bevoegd zijn te♦voorbeelden:1 he can take the strain • hij kan de spanning verdragenI can understand that • ik kan dat best begrijpen2 can this be true? • zou dit waar kunnen zijn?she cannot have gone • ze kan toch niet vertrokken zijn3 only Parliament can decide on this issue • alleen het parlement is bevoegd om over deze kwestie te beslissenyou can go now • je mag nu gaan
English-Dutch dictionary. 2013.